Instrumenten

De Omgevingswet gebruikt zes instrumenten.

  1. Omgevingsvisie: een samenhangend, strategisch plan voor de leefomgeving voor de langere termijn. Dat plan richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel. Dit betekent dat visies op verschillende terreinen, zoals ruimtelijke ontwikkeling, verkeer en vervoer, water, natuur, milieu, cultureel erfgoed en gebruik van natuurlijke hulpbronnen worden samengevoegd en met elkaar verbonden worden. De Omgevingswet schrijft voor dat Rijk, provincies en gemeenten elk één omgevingsvisie vaststellen. Meer weten: de omgevingsvisie (infographics Rijksoverheid) (pdf)
  2. Programma: hierin staan concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Hiermee moeten omgevingswaarden of doelen voor de leefomgeving worden bereikt.
  3. Decentrale regelgeving: één van de uitgangspunten van de wet is dat decentrale overheden al hun regels over de leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Voor de gemeenten is dit het omgevingsplan, voor de waterschappen de waterschapsverordening en voor de provincies de omgevingsverordening. Meer weten: het omgevingsplan (infograhics Rijksoverheid) (pdf)
  4. Algemene rijksregels: er komen 4 uitvoeringsbesluiten voor de rijksregels.
    1. Omgevingsbesluit: geeft de algemene en procedurele bepalingen voor de uitwerking van de instrumenten van de Omgevingswet. Meer weten: Omgevingsbesluit consultatieversie (1 juli 2016) (pdf) en samenvatting omgevingsbesluit (ontwerpbesluit) (pdf)
    2. Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL): geeft inhoudelijke normen voor de leefomgeving die zich richten tot bestuursorganen, zoals bijvoorbeeld  kwaliteitseisen voor lucht. Meer weten: Besluit kwaliteit leefomgeving (consultatieversie 1 juli 2016) (pdf) en samenvatting Besluit kwaliteit leefomgeving (ontwerpbesluit) (pdf)
    3. Besluit activiteiten leefomgeving (BAL): stelt algemene, rechtstreeks werkende regels aan relevante milieubelastende activiteiten en activiteiten in en nabij Rijkswateren en rondom spoor- en Rijkswegen en cultureel erfgoed. Dit besluit is in hoofdzaak de opvolger van het Activiteitenbesluit. Meer weten: samenvatting Besluit activiteiten leefomgeving (ontwerpbesluit) (pdf)
    4. Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL): dit is de opvolger van het Bouwbesluit. Meer weten: Besluit bouwerkenleefomgeving (consultatieversie 1 juli 2016) (pdf) en samenvatting Besluit bouwwerken leefomgeving (ontwerpbesluit) (pdf)
  5. Omgevingsvergunning: verschilt op een aantal punten van de huidige omgevingsvergunning. Zo worden er meer toestemmingsstelsels geïntegreerd (ontgrondingen, natuur etc.), en wordt het begrip inrichting vervangen door ‘milieubelastende activiteit’. Ook wordt het in meer gevallen mogelijk een reguliere, dus kortere, procedure te doorlopen.
  6. Projectbesluit: biedt een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten die voortvloeien uit de verantwoordelijkheid van Rijk of provincies. Het gaat om beslissingen die de overheid neemt als behartiging van een publiek belang. Als een project bijvoorbeeld in strijd is met een omgevingsplan, bestaat de mogelijkheid om van het omgevingsplan af te wijken. In voorkomende gevallen kan het projectbesluit ook in plaats komen van de omgevingsvergunning.