U gaat gebouwen renoveren of onderhouden

Bij ‘natuur’ denkt u misschien niet meteen aan woonwijken en gebouwen. Toch leven daar een aantal diersoorten die beschermd zijn zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Die wonen bijvoorbeeld onder daken en tussen spouwmuren. Als u gaat renoveren of groot onderhoud pleegt, dan kunt u deze dieren verstoren of wegjagen. U moet als opdrachtgever een aantal stappen nemen:

  1. Laat door een ecoloog inventariseren of de geplande werkzaamheden negatieve gevolgen voor beschermde soorten kunnen hebben.
  2. Is het antwoord van de ecoloog ‘ja’, dan moet u een ontheffing van de Wet natuurbescherming aanvragen bij de provincie. Is het antwoord van de ecoloog ‘nee’, dan is het aan u om te beoordelen of dit advies betrouwbaar is en of het inderdaad zeer aannemelijk is dat er geen negatieve gevolgen voor beschermde soorten zullen optreden . U – als opdrachtgever – bent en blijft verantwoordelijk. Toezichthouders van de RUD kunnen langskomen om de situatie te beoordelen.
  3. De provincie beoordeelt de ontheffingsaanvraag en verleent wel of geen ontheffing. Als de ontheffing wordt verleend, is deze verbonden aan voorwaarden. U moet maatregelen nemen om de verstoring zoveel mogelijk te voorkomen en in te perken, bijvoorbeeld door buiten het broedseizoen en andere gevoelige periodes te werken en nestkasten of vogelvides te plaatsen. Het is dus van groot belang dat u de inhoud van de ontheffing, inclusief de voorwaarden, kent. Zo kunnen er voorafgaand of tijdens de werkzaamheden maatregelen worden genomen om de dieren te beschermen.
  4. Een handhaver van de RUD controleert of de ontheffing op de juiste manier wordt nageleefd. Is dat niet het geval, dan kan de RUD handhavend optreden om ervoor te zorgen dat dit alsnog gebeurt.

Meer informatie over het aanvragen van een ontheffing vindt u op de website van de provincie Utrecht.

Weten hoe natuurbescherming in woonwijken en gebouwen werkt? Bekijk deze video (duur: 1 minuut 26).