Wegens de corona-maatregelen is ons kantoor gesloten. Het werk gaat zoveel mogelijk door.

Diersoorten beschermen en bouwen

We hebben het allemaal wel eens gehoord of gelezen: bouw- of renovatieprojecten die vertraging oplopen door bijvoorbeeld padden, dassen of vleermuizen. Toezichthouder Bart en ecoloog Miranda leggen uit waarom het belangrijk is om diersoorten te beschermen en hoe je dit kunt combineren met bouwwerkzaamheden.

Bepaalde padden, vleermuizen en vogelsoorten zoals de huismus en de gierzwaluw zijn dieren die we vaak tegenkomen tijdens bouwprojecten. En in het buitengebied hebben we regelmatig te maken met andere soorten broedvogels, dassen, amfibieën en reptielen. Miranda: “Deze diersoorten zijn Europees beschermd en sommige zijn erg zeldzaam. Voor het behoud van een soort, is het belangrijk dat er zoveel mogelijk populaties in stand blijven. Worden populaties te klein, dan kan dit leiden tot minder voortplanting en achteruitgang van de soort. Voor sommige soorten geldt dat ze maar in een paar gebieden voorkomen, waardoor bescherming extra belangrijk is. Dat is bijvoorbeeld het geval met sommige vlinders en libellen.”

Bij bouwprojecten kan het leefgebied van beschermde diersoorten worden verstoord. Bart: “Zo kunnen rugstreeppadden overwinteren in zandhopen en oeverzwaluwen kunnen hier juist nestelen. Als je deze zandhopen verplaatst, worden de padden verstoord of geplet en wordt het broeden onmogelijk voor de oeverzwaluw.” Het kappen van een rij bomen kan gevolgen hebben voor de vleermuizen en onder andere uilen, die in boomholten rusten. Vleermuizen gebruiken bomen tevens bij de navigatie op weg naar hun vaste eetplekken, zoals een weiland. Bart: “Vleermuizen vliegen niet op zicht. Ze kunnen niet even de straat inkijken om te zien waar ze zijn. Ze gebruiken objecten als gebouwen en bomen als baken. Via geluid weten ze waar ze zijn.”

Toch is het mogelijk om te bouwen en tegelijkertijd soorten te beschermen. Dit vergt vooral onderzoek vooraf: je moet weten welke dieren waar zitten. Vervolgens kun je maatregelen nemen om het verstoren of doden van deze dieren door werkzaamheden te voorkomen en in de nieuwe situatie rekening te houden met de beschermde soorten. Miranda: “Zo kunnen er bijvoorbeeld voor huismussen en gierzwaluwen extra nestkasten worden opgehangen.”

Ontheffing en voorschriften
Wie een bouwproject start, moet van tevoren toetsen of het project gevolgen heeft voor beschermde soorten. Is het antwoord ‘ja’, dan moet je een ontheffing van de Wet natuurbescherming aanvragen bij de provincie Utrecht. Hiervoor kun je een ecoloog inschakelen, die advies geeft over maatregelen die moet nemen om de aanwezige soorten te beschermen. Op basis van deze adviezen stelt de provincie voorschriften op die aan de ontheffing worden verbonden. Als de ontheffing is verleend, controleren toezichthouders van de RUD of de voorschriften worden nageleefd. Voor renovatieprojecten, bijvoorbeeld de verduurzaming van gebouwen, geldt hetzelfde.
Vragen? Neem contact met ons op via handhaving-wnb@rudutrecht.nl