Bouwstoffen, grond of baggerspecie toepassen

De bodemkwaliteit mag er niet op achteruit gaan als er grond of baggerspecie wordt gebruikt of opgeslagen of als er bouwstoffen worden hergebruikt. Voor je een terrein ophoogt, moet je dus eerst weten wat de bodemkwaliteit is. De grond die je gebruikt voor het ophogen, moet minimaal dezelfde kwaliteit hebben. Op deze manier kan grond opnieuw gebruikt worden, zonder dat het milieu hieronder lijdt. De landelijke regels staan in het Besluit bodemkwaliteit. Gemeenten kunnen eigen beleid maken dat optimaal aansluit bij de lokale situatie; is dat er niet, dan geldt het landelijke kader. 

Wat moet u doen?

  • In de meeste gevallen moet u een melding doen bij het landelijke meldpunt bodemkwaliteit. U moet dit minimaal 5 dagen voor de toepassing doen. 

    Uitzonderingen:

    • Het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel
    • Het toepassen van grond en baggerspecie door particulieren
    • Het toepassen van grond of baggerspecie binnen één vestigingslocatie van een landbouwbedrijf. Voorwaarde: de grond of baggerspecie is afkomstig van dezelfde locatie.
    • Het toepassen van minder dan 50 m3 schone grond en baggerspecie: u moet de locatie wel melden.

    Let op! Ook als u niet hoeft te melden, heeft u zorgplicht: iedereen is verplicht maatregelen te nemen om verontreiniging van bodem en oppervlaktewater te voorkomen of in te perken.

  • Het gebruik van vormvaste bouwstoffen als dakpannen en stukken verharding hoeft u niet te melden. Voor niet-vormvaste bouwstoffen, zoals granulaat en as, geldt wel een meldingsplicht. Deze stoffen moeten worden geïsoleerd, beheerst en gecontroleerd (IBC) als er mee wordt gewerkt. Daarom heten het IBC-bouwstoffen. Het gebruik van IBC-bouwstoffen moet u uiterlijk 30 dagen van tevoren melden.  U kunt melden via het landelijke meldpunt bodemkwaliteit

Wat doet de RUD?

De RUD beoordeelt de meldingen en controleert of het opslaan en toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie volgens de regels gebeurt. Onze toezichthouders komen op locaties waarvan de meldingen bekend zijn, maar doen ook aan gebiedscontroles. Hierbij komen zij regelmatig overtredingen tegen, bijvoorbeeld zonder melding grond wordt opgeslagen waarvan de kwaliteit niet bekend is. In ernstige gevallen maakt een BOA proces verbaal op. 

Veelgestelde vragen over bodem

Staat uw vraag er niet tussen, neem dan contact met ons op.

  • Er is nog geen definitief landelijk beleid vastgesteld voor PFAS in het Besluit bodemkwaliteit. Er geldt landelijk een tijdelijk handelingskader. Dit geldt ook in een aantal RUD-gemeenten. Daarnaast zijn er gemeenten met eigen beleid en gemeenten die de provinciale achtergrondwaardenkaart als basis gebruiken. Ga altijd eerst na welk beleid van toepassing is op uw situatie. Neem bij twijfel contact op met de RUD. 

  • Voor informatie over BUS-saneringen is Bodem+ een goede bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bus/vragen/

  • In principe is de eigenaar van de grond verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bodem. De eigenaar moet bodemvervuiling voorkomen en de verontreiniging die hij of zij veroorzaakt zo snel mogelijk verwijderen. Is de verontreiniging eerder veroorzaakt, dan is de oorspronkelijke vervuiler aansprakelijk. Hierbij geldt een verjaringstermijn van 30 jaar. Is die termijn verstreken of is de vervuiler niet meer te achterhalen? Dan is de eigenaar meestal zelf verantwoordelijk voor de bodemsanering. Ernstige vervuilingen waarbij niet is vast te stellen wie verantwoordelijk is, worden gesaneerd door de overheid.